Schulptuurrestauratie                                               Appliques, eind achtiende eeuw
  • Planetarium Middelburg
     

  • Epitaaf J. Lambrechtsen-Coolen
     

  • Sfinxen
     

  • Alleen op de wereld
     

  • Appliques
     

  • Buste Vaerenbergh

Twee topstukken zijn deze twee lindehouten appliques in Lodewijk XVI stijl uit het einde van de 18e eeuw.
Oorspronkelijk waren ze verguld met een roodgouden polimentvergulding. Dat houdt in dat over het kale hout een aantal malen een papje van krijt en beenderlijm wordt aangebracht. Dit wordt, nadat het gedroogd is geschuurd tot het spiegelglad is waarna het bladgoud kan worden opgebracht. Deze techniek is het vooral bekend omdat ze ook bij iconen wordt toegepast.

De appliques zijn elkaars pendanten, te zien aan de verschillende medaillons met portretreliëf.

Voor de restauratie, gedeeltelijk schoongemaakt.

Over de oorspronkelijke goudlaag waren verschillende nieuwere lagen aangebracht, o.a. een laag groenachtig geel goud ( mogelijk verkleurd vanwege een hoog koper- of zilvergehaltegehalte) en enkele lagen bronsverf.
In 2009 herstelden we ze in de oorspronkelijke staat met de polimentvergulding.
Een dergelijke restauratie is uitermate arbeidsintensief. Het is de kunst om de scherpte van het houtsnijwerk maximaal in strand te houden. Door de krijtlaag zal er vaak wat van de scherpte verloren gaan, waardoor de ornamentiek minder sprekend wordt.

de appliques met gedeeltelijk opgebrachte witte krijtgrond

detail witte krijtgrond, geschuurd

de tweekleurige bolusgrond , het goud is al gedeeltelijk opgebracht

Bij deze appliques was bovendien gebruik gemaakt van twee kleuren in de ondergrond , rood en geel, met de bedoeling twee kleurtonen in het goud te verkrijgen. Het rood wordt dan meestal voor de diepere delen gebruikt, het geel voor de hoger liggende delen.
De rode en gele kleurstof, die hiervoor wordt gebruikt wordt bolus genoemd. Het is een zeer fijne ijzeroxidehoudende kleisoort, die evenals de krijtgrond , met beenderlijm en water wordt aangemaakt.

het opbrengen van het bladgoud

Als alles spiegelglad is gepolijst kan het bladgoud ( los op vloei) worden opgebracht. Daarvoor gebruik je een mengsel van 3 delen alcohol en 1 deel gedestilleerd water.
Het werk wordt bevochtigd en met een speciaal, iets vettig kwastje kan een klein stukje bladgoud, wat tevoren op maat gesneden wordt , worden opgebracht. Zodra het in aanraking komt met de vochtige ondergrond springt het erop vast ( weliswaar met rimpels, maar die trekken later weg). 
Het is bij een polimentvergulding ook mogelijk het goud hoogglanzend te polijsten. In feite polijst je niet het goud, maar de ondergrond.
Vaak wordt dat met een agaatsteen gedaan. In dit geval deden wij het met enkele fossiele haaientanden, afkomstig van het fossielenstrand “de Kaloot”, bij Borssele.
Door de puntige vorm is het mogelijk om in de kleinste hoekjes en gaatjes van het snijwerk het goud te polijsten, wat met een agaatsteen niet lukt.

Na de restauratie

particulier bezit