|
|
|||||
| Home I Geschiedenis I Activiteiten I Nevenactiviteiten I Opdrachten I Locatie I Publicaties I Nieuws I Contact I links | |||||
|
|
||||
![]() |
|
foto van het epitaaf uit ca 1890 (archief St-Jacobskerk) |
Johannes Lambrechtsen Coolen (1565-1619 ) was tijdens zijn leven
burgemeester van Vlissingen, gouverneur van Oost-Indie en geldt als
een van de geestelijke vaders van de VOC. Er is nog niet zo veel
over hem bekend, behalve dan dat hij een zeer vermogend man was. Na
zijn dood werd in de Vlissingse
St-Jacobskerk een groot epitaaf
aangebracht wat zich tot voor kort in een van de zijkapellen bevond. Wie
dit epitaaf heeft gemaakt is tot nu toe niet bekend.
Een epitaaf is een wandversiering van hout of steen ter ere van
een overleden persoon. Het graf van de overledene is dan vaak elders
in de kerk te vinden, of in de vloer voor het epitaaf.
Het epitaaf van Johannes Lambrechtsen Coolen( afmeting ca 170x320
cm.) is in de loop van de tijd in verval geraakt.
Er is een afbeelding uit de 18e eeuw die zeer primitief is
weergegeven, waarop we kunnen zien dat er twee (symbolische)
urnen op hebben gestaan.
Er zijn ook twee obelisken geweest, die in de 18e eeuw reeds waren
verdwenen. De voetstukjes voor de obelisken waren echter tot 2005,
het jaar dat de restauratie begon, nog aanwezig.
Op een laat 19e eeuwse foto zijn de urnen verdwenen, evenals een
lijststuk rechtsboven.
De zwaarste schade kwam in 1911, toen de Jacobskerk geheel
afbrandde.
Het Engels albast, waaruit het epitaaf grotendeels was gemaakt,
veranderde door de hitte in een niet doorschijnende kalkachtige
steen ( in werkelijkheid gips) die snel uit elkaar begon te vallen,
ook doordat de brand met zeewater was geblust en de steen bijgevolg
grote hoeveelheden zout had opgenomen. Met grote hoeveelheden
schellak en lijnolie, bedoeld als conserveermiddel, heeft men
getracht de oppervlakteschade van de steen te bestrijden, op lange
termijn tevergeefs.
![]() |
| het epitaaf in 1974. ( foto Back, gemeentearchief Vlissingen) |
In de jaren ’70 verdwenen er weer enkele onderdelen bovenaan,
o.a. het wapenschild van Lambrechtsen-Coolen. Dit is tot op heden
spoorloos.
Rond 2000 was de staat inmiddels zo schrikbarend slecht dat er
ingegrepen moest worden omdat het monument grotendeels verpoederde
en er gevaar ontstond.
Aanvankelijk was het streven om alle onderdelen volgens de
Ibach-metode te impregneren. Deze methode houdt in dat de steen
eerst wordt ontzilt en vervolgens onder hoge druk met kunsthars
wordt vol geperst, waardoor de korrels waaruit de steen is
opgebouwd, weer aan elkaar hechten.
In april 2005 hebben wij het epitaaf uit de wand verwijderd. Reeds
toen bleek al dat de staat nog slechter was als verondersteld, het
zat inwendig vol met grote en kleine scheuren. Bovendien hing de
oppervlakte als losse kalk aan elkaar.
Gaande het restauratieproces bleek dat het monument slechts ten dele
ontzilt en volgens de Ibach-methode geďmpregneerd kon worden.
Er moest bijgevolg een nieuw plan van aanpak komen.
In overleg met de adviseurs van de Rijksdienst voor de
Monumentenzorg is besloten dat alle witte onderdelen ( in dit geval
Engels albast) zullen worden bij gemodelleerd en daarna zullen
worden afgegoten in een marmermortel op basis van witte cement.
Daarbij was het de bedoeling dat het monument na het afgieten
geschilderd zou worden, om de oorspronkelijke kleur en tekening te
benaderen. Dit is een eenvoudige methode, maar heeft als nadeel dat
er bij onderhoud mettertijd een heel ander monument kan ontstaan.
Iedere schilder heeft zijn wijze van marmer schilderen.
Wij ontwikkelden een methode waarbij de rode aders in de steen
worden mee gegoten, zodat de tekening door en door in de steen zit,
en derhalve niet te verwijderen is.
U vindt op deze pagina's een groot aantal foto’s van reeds afgegoten
onderdelen in deze kunststeen.
De overige gekleurde onderdelen zullen op de gebruikelijke wijze
worden gerestaureerd. Al deze onderdelen zijn inmiddels klaar.
twee overgebleven stukken, zwaar aangetast
We streefden er naar het epitaaf voor de aanvang van het de
Ruyterjaar 2007 terug te kunnen plaatsen in de kerk. Dat is gelukt .
Op deze en volgende pagina's kunt u het verloop van het
restauratieproces volgen .