
Piet Rijken in zijn atelier aan de Lange Viele. foto
uit ca 1952

stilleven met viool, 1951
foto: Zeeuws Veilinghuis

Piet Rijken, 1955, Domkerk te Veere.

Piet Rijken ca 1957 Boerderij in Frankrijk (particulier bezit)

Piet Rijken , 1960 Stilleven. Dit is het laatste werk uit zijn
eerste periode.
( particulier bezit )

Piet Rijken 1980 ( In pointilistische stijl): Schip in de mist bij
het Nauw van Bath ( coll. Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam)

Piet Rijken 1982 : de stenen mand.
Het in Italiaanse stijl
weergegeven landschap op de achtergrond is in werkelijkheid de
omgeving van de kreek bij Veere. ( particulier bezit)

Piet Rijken 1991: witte kan met artisjokken |
Piet Rijken (1915-2001)
Piet Rijken was aanvankelijk politieman , maar werd na de oorlog
kunstschilder. Alszodanig was hij volledig autodidact. Al op jonge
leeftijd was hij geboeid door de schilderkunst.
Het was in die tijd nauwelijks mogelijk om van de kunst te leven.
Daarom werkte hij eerst een tijd bij de politie . Maar na de oorlog
waagde hij toch de stap, vlak voor de tijd dat hij met mijn moeder,
Nelly Hesseling, huwde. Dat was aan het eind van de jaren ’40. Uit
dit huwelijk werden drie kinderen geboren, Riaan ( 1952), Elsbeth (
1954) en Angèle( 1957).
Als schilder is hij zijn leven lang geboeid geweest door de
vergankelijkheid. Bij uitstek het thema van zijn schilderijen. Piet
Rijken was een zeer traditionele fijnschilder , die zijn leven lang
de ambachtelijke traditie heeft vastgehouden, ook al had hij
zichzelf dat aangeleerd.
Toch kende hij weinig technische beperkingen. In de vijftiger jaren
heeft hij een aantal schilderijen van landschappen gemaakt in een
veel grovere opzet, waarbij hij het hele doek met een paletmes
opzette.
In zijn latere periode maakte hij enkele zeegezichten in
pointilistische stijl. Daarbij wordt de hele voorstelling
samengesteld uit fijne puntjes.
Twee van deze experimentele werken zijn hierbij afgebeeld.
In zijn werk en leven zijn twee perioden te onderscheiden. De eerste
periode omvat de tijd dat hij met mijn moeder was gehuwd en in de
Middelburgse Lange Viele woonde.
Zijn werk uit die tijd had in het begin veel weg van de Nederlandse
stillevenschilder Raoul Hijnckes.
Dit werk had een buitengewoon sombere boodschap en was een
weerspiegeling van de periode voorafgaand aan de tweede wereldoorlog
en de tijd vlak er na.
Maar mettertijd ontwikkelde hij een eigen stijl, die kleurrijker en
minder somber was dan het werk uit de beginperiode.
Tegen het eind van de jaren ’50 brak voor hem , om verschillende
redenen een minder productieve periode aan. Een directe oorzaak was
dat naast ons huis in de Lange Viele een meubelzaak werd gevestigd,
waarbij de tuin van het naburige pand werd volgebouwd. Er verrees
een hoge muur van rode baksteen, waardoor het licht in mijn vaders
atelier veranderde , helaas niet ten goede.
Een andere oorzaak was de opkomst van de moderne kunst. Hoewel
moderne kunst ( in enge zin ) al sinds 1910 bestond was dat in de
jaren ’50 nog geen gemeengoed, integendeel, iedereen was in die tijd
zwaar tegen . Toch veroverde de moderne kunst in die tijd de wereld.
Het traditioneel ambachtelijke werk wat mijn vader maakte raakte
geheel uit de belangstelling.
In de kerstvakantie van 1961 verhuisde ons gezin naar een
boerderijtje buiten de stad, het hofje “Klein Poppenroede” aan de
Seisweg.
Er volgde een periode dat hij niet meer schilderde. Slechts een
enkele maal maakte hij wat schetsen, o.a. van het waterwingebied bij
Oranjezon. Ik ging dan vaak met hem mee om de natuur daar te
verkennen, terwijl hij dan ergens ging zitten om het landschap in
zijn schetsboekje vast te leggen.
Wel maakte en ontwierp hij in die tijd veel monumentale kunstwerken
voor nieuwe gebouwen en zelfs voor schepen. Bijvoorbeeld
wandschilderingen, mozaieken, draadplastieken enz. Bij de uitvoering
ervan hielp mijn moeder vaak mee.
In 1964 overleed mijn moeder plotseling. Voor mijn vader volgde een
zeer moeilijke periode. Het leek of hij alles langzaam maar zeker
kwijtraakte. Pas tegen het eind van de jaren ’60 begon hij de draad
weer op te pakken en begon hij weer te schilderen. Aanvankelijk in
een nog wat sombere toon, maar zijn werk werd allengs kleurrijker.
In 1973 hertrouwde hij met Marianne de Bruijne. Een jarenlange
periode van buitengewone productiviteit volgde. Piet Rijken
exposeerde overal in het land maar had nooit de ambitie om beroemd
te worden. Hij leefde , zoals hij het zelf zei: voor de kunst.
Hij overleed op 86-jarige leeftijd op 27 december
2001. Zijn laatste expositie was in Augustus van dat jaar in de
kapel van Hoogelande. Tot op het laatst bleef zijn werk van dezelfde
kwaliteit. Slechts de laatste drie maanden van zijn leven heeft hij
niet meer kunnen schilderen.

Piet Rijken 1994: dode Reuzenbereklauw
Zie ook : Piet Rijken fijnschilder, door Ad
Beenhakker, uitgave den Boer/de Ruiter Middelburg/Vlissingen 1999.

Een poosje terug vond ik een heel oud artikel uit het
tijdschrift Eva uit 1963.
je ziet mijn vader bezig aan een schilderij, dat ook op deze pagina
te zien is in voltooide staat.
Ook Elsbeth staat erbij.
De foto,s zijn genomen in de Lange Viele te Middelburg, waar ik
geboren ben. In 1963 woonden we er al niet meer, we zijn in de
kerstvakantie 1961 verhuisd naar de Seisweg, waar mijn vader tot
zijn dood in 2001 heeft gewoond. |